Centrum Frans Grootjans - Frans Grootjans in woord en beeld |
| Home | Info | Activiteiten | Frans Grootjans in woord en beeld |
FRANS GROOTJANS OVER ...![]() de noodzaak van politieke duidelijkheidIk weet dat het modieus klinkt te beweren dat de ideologieën hebben afgedaan. Zij die dat verkondigen hebben hun ideologie vervangen door een pragmatische opstelling, die vooral wordt ingegeven door de hoop op het verzamelen van het grootst mogelijk aantal stemmen. Dit pragmatisme laat niet alleen grote onzekerheid over het toekomstige gedrag van een politieke partij, maar ze dwingt de politici het tekort aan ideologie op te vullen door het teveel aan vedettecultus.
Als men die richting verder inslaat zal een klare en duidelijke politieke keuze steeds meer worden vertroebeld en zal de geloofwaardigheid van de politieke partijen meer en meer worden aangetast, met als eindresultaat de teloorgang van het parlementair stelsel zoals wij dat nu nog kennen. (slotrede op het ideologisch congres van het Liberaal Vlaams Verbond op 28 mei 1988 te Antwerpen) [p. 39/40] * De vraag mag zelfs gesteld of de parlementaire democratie, zoals we die bij ons kennen, nog lang kan standhouden wanneer de voornaamste politici zich haast iedere zondag via de televisie rechtstreeks tot de openbare opinie richten. De televisie is immers een uiterst gevaarlijk medium. Niet alleen verslijt zij het talent zeer snel, ze maakt soms ook reuzen van politieke kabouters. Hierdoor geraakt niet zelden de politieke macht in handen van figuren, die het op het kleine scherm uitstekend doen, maar het in de politieke realiteit voortdurend laten afweten. De ontgoocheling die hierdoor ontstaat is des te pijnlijker, omdat de illusies die werden gewekt enorm groot waren. (Vlaams Liberaal Manifest, 1971) [p. 143] * * De paginanummers verwijzen naar het boek Frans Grootjans aan het woord. Terugblik in zorg en hoop, een uitgave van het Liberaal Archief, 1990 de gevaren van politieke vervagingWel kom ik op voor een radicaliseren van de formulering. Het wordt inderdaad tijd een einde te maken aan het politiek gestamel dat haast niemand nog toelaat de krachtlijnen te ontwarren van de politieke doctrines en van de politieke programma's. Iedereen noemt zich vooruitstrevend, sociaal, links, zelfs nieuw links. Vele landgenoten hebben vandaag dan ook het nare gevoel in de politiek kleurenblind te zijn geworden. Indien ik de oorzaak van heel veel misverstand, onbegrip en politieke lusteloosheid zou moeten aanwijzen, dan kan ik daarvoor in de eerste plaats opgeven : de begripsverwarring die zoveel onheil sticht dat alles, ook het essentiële, op een leugen gaat gelijken.Sommigen menen dat het volstaat enkele begaafde en innemende managers samen te brengen om tot de stichting van een nieuwe politieke constellatie te kunnen overgaan. Met nadruk zouden we willen waarschuwen tegen deze play-boy-democratie. Een partij die ineenstort omdat haar centrale figuren verdwijnen, heeft alleen maar bewezen dat zij beter nooit ware opgericht. Een democratische partij leeft van gedachten, van gedachte-uitwisselingen en van gedachtestromen die in de politieke actie gaandeweg gestalte krijgen. Zij is het resultaat van de geest. Is zij daarentegen het oefenterrein van organisators en "public relations men", dan slijt zij het leven van een commercieel product, dat hoogstens enkele jaren meegaat. (rede uitgesproken op de algemene vergadering van het Liberaal Vlaams Verbond op 15 juni 1969) [p. 61/62] kiezen voor het liberalisme
De eerste tekenen van dit réveil van het liberalisme werden reeds merkbaar toen, in 1968, aan de universiteiten in het Westen, de opstand tegen alle mogelijke vormen van paternalisme losbrak. Eerst moesten er de ouders, de universiteiten, de kerken, de syndicaten en de partijen aan geloven. Toen deze storm enigszins geluwd was kreeg gaandeweg de overheid en in het bijzonder de staat, als symbool van overdreven macht en onduldbare betutteling, de volle laag. De toon werd daarbij aangegeven vanuit enkele gezaghebbende Amerikaanse universiteiten, die vertrekkend vanuit de werken van von Mises, Hayek en anderen, een machtig pleidooi voor een nieuwe open samenleving hebben opgebouwd. Het opvallende daarbij is dat zij zich geenszins beperken tot het economische gebeuren. Ze zien - terecht trouwens - het liberalisme als een cultuurfenomeen dat het zelfbeschikkingsrecht van de mens op alle terreinen opnieuw als de hoogste waarde aanduidt.
Kiezen voor het liberalisme betekent bovendien krachtig opkomen voor de vrijwaring van de democratie. Niet genoeg kan worden beklemtoond dat er een onloochenbare binding bestaat tussen het parlementaire regime enerzijds en de vrije markteconomie anderzijds, al is het niet zo dat de vrije markteconomie automatisch de parlementaire democratie tot stand brengt. Het gaat erom te weten naar welk politieke regime we willen toegroeien. Zetten we de weg naar de verstaatsing onverminderd verder of gaan we eindelijk beseffen dat datgene wat wij allen samen als waardevol hebben verworven, eindelijk moet worden veilig gesteld ? Een andere keuze is er niet meer. Meer nog dan de economie zal de opvoeding bepalend zijn voor de maatschappij waarin we morgen zullen leven. Die maatschappij heeft ongetwijfeld bruggen nodig en havens, en auto's en treinen. Maar daarnaast zal ze nog altijd niet kunnen zonder de producten van de geest : "le superflu, chose si nécessaire", zoals Voltaire ze reeds noemde. Een open en vrije geest moet er steeds van uitgaan dat "le changement" één der hoofdkenmerken is van de menselijke samenleving. Daarom ook zijn zij, die zich zo hardnekkig vastklampen aan "de verworven rechten", de gevaarlijkste conservatieven. Want vooral zij beletten de vooruitgang. (rede uitgesproken voor het von Mises-instituut op 28 mei 1984 te Brussel) [p. 96/97/98/99] de opdracht van de jonge Vlaamse PVV
Politiek engagement dat aanspreekt moet in de eerste plaats groeien uit beginselen van opties die door een doctrine worden geschraagd. Het pragmatisme houdt een partij niet lang overeind.
We hebben ons willen houden aan een reeks belangrijke vragen van deze tijd en aan die waarvan men mag verwachten dat ze zeer spoedig de partijen tot een klare uitspraak zullen dwingen. Naast de economische en sociale vraagstukken besteden we minstens evenveel aandacht aan de omgang met de welvaart, de nieuwe dreigende vormen van verknechting, de angstwekkende milieuvervuiling en de geluidshinder, de geestelijke armoede, het kwaliteitsonderwijs, de gemeenschapsschool, het doorbreken van de maatschappelijke verzuiling, de verdediging van de geschreven pers, de hervorming van radio en televisie, de democratisering van de cultuur en de permanente educatie, het dreigende racisme en het separatisme, het gebrek aan belangstelling voor het internationaal gebeuren.
Ook de aantasting van het privéleven en de aantasting van de rechtszekerheid wekken onze bezorgdheid. Tenslotte onderstrepen we dat in onze rangen plaats is voor een dialoog tussen alle vrije, kritische, dus geestelijk volwassen burgers en dat wij de vrijzinnigheid en het geloof beschouwen als twee waarden die tot elkaar in een vruchtbare en uitzuiverende spanning kunnen staan. Geheel deze levensbeschouwing, waarvan ik de steunpunten zopas heb aangewezen, inspireert ook ons Vlaams-zijn. Nog eens stellen we nadrukkelijk dat de Vlaamse strijd steeds een bevrijdende beweging moet blijven, gericht op de ontvoogding van de kleine, miskende en weerloze burger. Ook in de rangen van de jongeren is er wel degelijk een grote behoefte aan politieke duidelijkheid. Allen samen moeten we opnieuw een enorme inspanning doen om onze opvattingen goed en juist te omschrijven. Wie daarbij faalt, brengt de beweging zelf, waarvoor hij in de bres wil staan, in het gedrang. (Vlaams Liberaal Manifest, 1970) [p. 79/80/81]
liberalisme is meer dan het nastreven van materiële welvaartHet herstel van de economie is uiterst belangrijk. Maar het volstaat niet alleen materiële welvaart na te streven. In een door liberale opvattingen geïnspireerd land moeten ook middelen en ruimte aanwezig zijn voor de beleving van een zo groot mogelijke persoonlijke vrijheid. Daarom hebben wij, in de periode 1973-1977, niet alleen gepleit voor een bezinning op het vlak van de staatsuitgaven, maar ook voor een open leefklimaat, de bescherming van de privacy, de ethische tolerantie, een beter milieubeleid, de afbouw van het radio- en televisiemonopolie in Vlaanderen. Ik herinner mij nog zeer levendig ons ophefmakend congres over de ethische problemen te Blankenberge, waaruit de diepe kloof bleek die gegroeid was tussen de talrijke vooruitstrevende, vooral jongere militanten en onze vertegenwoordigers in Kamer en Senaat.(rede uitgesproken op de viering van 15 jaar PVV op 16 mei 1987 te Knokke) [p. 91] kiezen voor de kant van de zwakkenIn heel wat citaten van liberale voormannen klinkt voortdurend de bezorgdheid door voor diegenen die, maatschappelijk bekeken, tot de minst begunstigden moeten gerekend worden. Dit sociaal aspect van de liberale levensopvatting - dat al te veel verwaarloosd wordt, ook in eigen rangen - mag niet verbazen. Precies omdat de liberaal, vooral gedreven door zijn verdraagzaamheid, steeds aan de kant van de zwakken te vinden moet zijn. De liberaal is ook steeds te vinden aan de zijde van diegenen die het bestaande, het gevestigde willen verbeteren. In feite staat hij dus voortdurend in de minderheid, want niemand kan ontkennen dat de meerderheid doorgaans de neiging vertoont zich vast te klampen aan datgene wat zij heeft verworven. De meerderheid tracht angstvallig te bewaren wat uit de vroegere contestatie geboren is. Deze behoudsgezindheid weegt niet alleen door in de politieke structuren en opvattingen. Zij is even drukkend aanwezig in de sociale en morele verhoudingen. Zij is vooral determinerend in de relatie "man-vrouw".(rede uitgesproken op de algemene vergadering van de PVV-vrouwen in december 1970) [p. 133] verdraagzaamheid en harmonieus leven
Toch leven de jongeren, van in hun prille jeugd, in een meer "open" wereld die hen via de media dagelijks in contact brengt met andere opvattingen op vele gebieden. Die verruiming van de geest, die de tolerantie ruimere armslag zou moeten bieden, gaat jammer genoeg gepaard met een zeer brutale uitstalling van geweld die afstompend in plaats van waarschuwend is gaan inwerken. Hierdoor is in vele lagen van de bevolking - dus niet alleen bij de jongeren - een angstwekkende onverschilligheid voor de menselijke waarde en de persoonlijke waardigheid gegroeid. Terwijl niemand begrijpt hoe de nazibeulen te Warschau tot hun wandaden kwamen, zou men vandaag kunnen zeggen : "ze hebben het via de televisie geleerd".
Waar de mens zijn rede gebruikt is hij in staat tot samenleven. Al wat het vrij gebruik van de geest in de weg staat vormt dan ook een wezenlijke bedreiging voor de maatschappelijke harmonie. Het harmonieus samenleven van mensen vereist een grote graad van tolerantie. Vergeten we daarbij niet dat de verdraagzaamheid niet spontaan ontstaat. Zij vergt een intellectuele inspanning van al diegenen die grote waarde en betekenis hechten aan hun eigen wijsgerige of politieke opvattingen. De geestelijke gevoeligheden raken immers altijd het wezen zelf van de mens. De onwetendheid is lange tijd de verontschuldiging geweest voor de laksheid van velen. Maar kranten, radio en televisie maken het voortaan onmogelijk zich nog langer achter het gebrek aan kennis te verschuilen. Iedereen weet nu, aan de hand van voorbeelden, tot wat onverdraagzaamheid leiden kan. Intolerantie mondt altijd uit in één of andere vorm van verknechting of geweld. (rede uitgesproken naar aanleiding van de herdenking van de opstand in het Ghetto van Warschau in mei 1989 te Antwerpen) [p. 171/172/173] het centrumbeleidWij willen het verzamelpunt worden van al diegenen die gesteld zijn op een krachtige verdediging van het privé-initiatief in alle lagen van de bevolking, een onverschrokken aanmoediging van de scheppende krachten, zonder dewelke geen sociale vooruitgang mogelijk is, een onverpoosde strijd tegen de verlammende verstaatsing, de vinnige verdediging van de filosofische en intellectuele verdraagzaamheid en de oprechte verbondenheid met die medeburgers die het in het leven moeilijk hebben.(rede uitgesproken op het PVV-congres te Hasselt in oktober 1974) [p. 103] onderwijs
Wij wensen er nochtans onmiddellijk de aandacht op te vestigen dat wij geen mirakels van de school als zodanig verwachten. Naar mijn mening blijft "gelijke kansen voor iedereen" een sofisme zolang men het primair milieu van het kind niet kan beïnvloeden. Het is immers daar dat de grote handicap voor vele kinderen, vooral uit sociaal minder gegoede kringen, ontstaat. Ik zou dan ook willen waarschuwen tegen een onderwijsbeleid in onze stad, dat bij sommige ouders onverantwoorde verwachtingen zou oproepen.
(tussenkomst in de Antwerpse gemeenteraad in april 1971) [p. 153] de communautaire kwestieTrouwens, dit land heeft na de verkiezingen dringend een regering nodig die, zonder langer uitstel, de economische en sociale problemen zal aanpakken die nu al maanden om een oplossing schreeuwen. Naar onze mening zou het politiek misdadig zijn, in afwachting van een bijzonder moeilijk te bereiken communautair akkoord, het staatsschip roerloos te houden. We pleiten dus voor een akkoord, zoals het schoolpact, dat alle regeringscrisissen zal kunnen overleven.(interpellatie tot minister van Binnenlandse Zaken Piet Vermeylen op 22 juni 1954 n.a.v. de officiële bekendmaking van de betwiste talentelling van 1947) [p. 53] We weten dat sommigen een terugkeer naar een rustige samenspraak tussen Vlamingen en Walen willen onmogelijk maken, want politiek hebben ze slechts iets te betekenen wanneer de beroering en de verwarring in stand kunnen worden gehouden. Het land zelf heeft hierbij echter alles te verliezen. (Volksbelang van 27 mei 1961) [p. 75] Het politiek gehaspel der laatste weken - waarbij sommigen het wederzijdse communautair gestook steeds maar opdrijven - wekt bij de overgrote meerderheid van onze bevolking misprijzen en spot. Dat misprijzen en die spot zullen zich weldra keren tegen onze democratische instellingen zelf. Het gevaar groeit dat uiteindelijk uiterst rechtse en uiterst linkse groepen aan kracht en invloed zullen winnen. Wat in Frankrijk rondom de figuur Le Pen gebeurt, zou bij ons de ogen moeten openen van hen die menen dat men straffeloos aan de bevolking het beeld kan blijven tonen van politici die door hun brandstichtende taal en uitdagende houding dit land naar de volslagen ontreddering drijven. (rede uitgesproken op de viering van 15 jaar PVV op 16 mei 1987 te Knokke) [p. 92] vrijzinnigheid De vrijzinnigheid wordt ook al langer hoe minder beleefd als een uitvloeisel van het antiklerikalisme. Ze wordt meer en meer als een levenshouding vol opbouwende accenten aangevoeld, nu ook de religie, onder de druk der omstandigheden, zich binnen eigen muren en perken begint terug te trekken.
(De Nieuwe Gazet van 1 april 1964) [p. 100] Sommigen hebben in ons land, om op te leunen, ook een politieke stok nodig wanneer ze zich op het morele vlak moeten opstellen. Deze stok was totnogtoe voor hen de wet. Maar in een waarachtige pluralistische maatschappij zullen velen privatim veel strenger moeten leren leven dan de wet hen eigenlijk toelaat. Omdat het geweten hen dat oplegt ; en niet langer meer omdat de overheid het gebiedt. Het parlement heeft tot opdracht het maatschappelijk leven in ons land zo te organiseren, dat iedere burger, naar eigen inzicht en geweten, de morele en ethische vragen niet enkel vrij kan beantwoorden, maar naar dit antwoord ook kan leven. (rede uitgesproken op de algemene vergadering van de PVV-vrouwen in december 1970) [p. 137/138] Sommigen zullen wellicht geneigd zijn te zeggen: het is bijzonder moeilijk, want Vlaanderen is er nog niet rijp voor. Vergeten we toch nooit dat men niet durft omdat de dingen te moeilijk zijn, maar dat de dingen te moeilijk worden omdat men niet durft. Ook in de politiek. (Vlaams Liberaal Manifest, 1971) [p. 142] |